SCHRIFTELIJKE VRAGEN AAN HET COLLEGE VAN B&W
|
Schriftelijke vraag van:
|
Lottie Verbraeken VVD fractie |
|
De vraag is gericht aan: |
College van B&W |
Geacht College,
Naar aanleiding van uw berichtgeving op de gemeentelijke pagina in De Toren d.d. 27 januari 2010 inzake het ontwerp-ontheffingsbesluit perceel De Brink 40 te Hardenberg-Heemse heeft de VVD fractie een aantal vragen.
In Regels - Bestemmingsplan Heemse, herziening regeling detailhandel d.d.
2 juni 2009 kunnen we lezen, dat Seinpost Adviesbureau in april 2009 advies in Kader winkelontwikkeling Hardenberg-kern - dagelijkse sector heeft uitgebracht aan de Gemeente Hardenberg.
In dit advies van Seinpost Adviesbureau wordt aanbevolen de planologische mogelijkheden voor winkelontwikkeling buiten de daarvoor aangewezen locaties (Hardenberg-centrum, de wijksteunpunten en voor volumineuze goederen de bedrijventerreinen) kritisch te bekijken en zo mogelijk in te perken. Voorkomen moet worden dat planologische mogelijkheden op verspreide locaties ertoe leiden dat het functioneren van het centrum van Hardenberg ondermijnd wordt en de totale verzorgingsstructuur aangetast wordt. Het kan bovendien leiden tot onaanvaardbare parkeer-, bevoorradings- en ontsluitingssituaties. Bekend is dat bijvoorbeeld discount- en outletformules de 'witte vlekken' in bestemmingsplannen graag gebruiken om zich een positie in een verzorgingsgebied te verwerven.
Aangezien het bestemmingsplan Heemse dergelijke ontwikkelingen niet uitsluit, is een aangescherpte regeling voor de detailhandel in dit plangebied opgesteld.
De regeling vormt in feite een partiële herziening van het bestemmingsplan Heemse.
Onder regie van het Masterplan Centrum Hardenberg is de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in het winkelhart. Dit heeft geresulteerd in een toevoeging van circa 6.500 m² aan winkelruimte, waaronder een opschaling en deels verplaatsing van een supermarkt. Ook is een belangrijke impuls gegeven aan de ruimtelijke kwaliteit en het parkeergemak.
Uit het Masterplan Centrum Hardenberg Plus spreekt de duidelijke ambitie om het centrum van Hardenberg steviger als hèt streekcentrum voor dagelijkse aankopen en recreatief winkelen neer te zetten.
De gemeente is van oordeel dat ook de sector niet-dagelijks er in zijn totaliteit het best bij gebaat is als de concentratiegraad in het centrum van Hardenberg zo hoog mogelijk blijft.
De gemeente kiest o.a. voor de volgende uitgangspunten.
- Er wordt nadrukkelijk ingezet op een verdere concentratie van
bewinkeling in het centrum van Hardenberg, zowel van de sector
dagelijks als van de sector niet-dagelijks. De synergie van deze samen-
balling vormt de beste garantie voor behoud en versterking van de
streekfunctie van Hardenberg. Tevens levert dit voor het winkelapparaat
in z'n geheel het meeste profijt op.
- Concurrerende detailhandelsontwikkeling op verspreide en perifere
locaties wordt tegengegaan. Bestaande vestigingen op dergelijke
locaties wordt niet meer ontwikkelingsruimte geboden dan voor hun
economisch overleven noodzakelijk is.
De vragen van de VVD fractie:
1. Waarom heeft het college besloten de openbare voorbereidingsprocedure
te starten om ontheffing ex artikel 3.23 Wro/artikel 4.1.1, lid 1, onder i
voor het gebruik van het pand op het perceel De Brink 40 te
Hardenberg-Heemse als groothandel in dranken en geschenkpakketten,
terwijl in Bestemmingsplan Heemse, herziening regeling detailhandel -
2 juni 2009 staat geschreven dat er nadrukkelijk wordt ingezet op een
verdere concentratie van bewinkeling in het centrum van Hardenberg,
zowel van de sector dagelijks als van de sector niet-dagelijks?
2. Onderschrijft het college niet meer de ambitie uit het Masterplan
Centrum Hardenberg Plus om het centrum van Hardenberg steviger als
hèt streekcentrum voor dagelijkse aankopen en recreatief winkelen neer
te zetten en dat ook de sector niet-dagelijks er in zijn totaliteit het best bij
gebaat is als de concentratiegraad in het centrum van Hardenberg zo
hoog mogelijk blijft?
3. Is het college van mening, dat het verzoek d.d. 3 december 2010 (?) van
Schuldink Advocaten om ontheffing voor het pand op het perceel De
Brink 40 te Hardenberg-Heemse als groothandel in dranken en
geschenkpakketten geen concurrerende detailhandelsontwikkeling op
een verspreide en perifere locatie betreft?
4. In het advies van Seinpost Adviesbureau wordt aanbevolen de
planologische mogelijkheden voor winkelontwikkeling buiten de daarvoor
aangewezen locaties kritisch te bekijken en zo mogelijk in te perken.
Voorkomen moet worden dat dergelijke mogelijkheden leiden tot
onaanvaardbare parkeer-, bevoorradings- en ontsluitingssituaties.
Waarom denkt het college, dat door de beperkte afmetingen van het pand
er geen overlast voor de omgeving qua verkeer en geluid zal ontstaan?
5. Waarom wordt in het ontwerp-ontheffingsbesluit alleen ingegaan op
het deel ondergeschikte detailhandel (maximaal 20 m²)?
Is een groothandel in dranken en geschenkpakketten niet strijdig met het
bestemmingsplan "Heemse" ?
Aldus ingediend op 5 februari 2010.
Namens de VVD
Lottie Verbraeken